
ons Huis, uit Licht, waarin wij wonen…
deel een…
Je moet goed kijken…
Tenslotte ga je het dan wel ZIEN …
Bij nacht, zal dit plaatje, van de -lege mieden- …,
zonder ook maar één straaltje licht,
volkomen zwart, aan je zich tonen…
De -lege mieden- , dat zijn,
Fries gesproken…,
de laaggelegen, grasrijke, drasse, dreven,
waar de horizon de einder is…,
Waar ik ooit aan het -licht- ben gekomen…,
uit mijn dop gekropen…
Wat je hier ziet,
zal dankzij het Licht,
je oog wel strelen…
Hier is het weer dag…!
Waar ik, tot denken, ben gekomen…
Stapvoets mij daar, bewust geworden…,
van al wat er hier, -is- ,
mijn hele wereld, hier om mij heen…
Mijn wijde land…
Mijn PARADIJS …
Was daar weer naakt…
ben er gebleven…,
niet verdreven…
Er stond daar…,
geen appelboom…!
Het is hier, waar het voor mij, ooit, is begonnen…
Allemaal…
Van jongs af aan, of althans…,
daar waar het nadenken, als peinzen, werd begonnen,
waar ik vond, mijn groene leegte,
langs het brede water…,
van de spiegelende meren…
en het lispelende riet…
Dacht daar hardop.
Maar soms viel ook mijn denken daar, nog even stil…
Alsof een rustelozer, gefluisterd,
hoger woord…,
daar tot mij door zou willen dringen…
Mij dieper…,
verborgen, geheimen, toegankelijk wilde maken,
verstaan uit het gefluister…,
van het femelende, ritselende riet,
of ook het ingehouden klotsen van het kabbelende water,
tegen de lemen oevers…
Dit was daar mijn adres…:
Aarde…, Zonnestelsel…, Melkweg…, Nummer 1…!
Ga nog eens weer, met de priktol spelen…!
Je gaat het daar dan zien…!
Niet alleen, tolt hij om zijn as, waar hij je in het Licht, van onze Zon,
zelfs daar al, voor de helft dag, voor de helft nacht, laat zien…!
Ga ZIEN …!
En daar laat hij het dan niet bij…:
Beschrijft bovendien een rondje…
Zoals ook wij, dat jaarlijks doen…
Maar kijk!
Ga Zien!
Dan…, gebeurt er nog een WONDER …!
Boven WONDER …!
Wiebelend laat hij je nog een dansje zien…!
Wil je ook dat, nog begrijpen…?
Kom mee…!
Wij gaan kamperen, tentje, mee…
Op naar de Noordpool…!
Vergeet ook je horloge niet…!
Want dag en nacht en schemer, hebben daar, zo, hun eigen tijd…
Drie maanden zomer, drie maanden winter….
drie maanden schemer, zeg maar: Herfst,
maar dan…, dan komt het…, als het gloren…, van het nieuwe Licht,
drie maanden Lente…!
Maar desondanks, ook een horloge…
Kijk op je klokje…
Na een hele dag, van vierentwintig uren, is je Noordpool,
je al…, onder je gat verdwenen…
Drie meter opgeschoven…!
In een heel jaar, is dat al iets meer, dan een kilometer…
Het is de Aardas…
Die zich verplaatst…
Die hier niet nalaat, dagelijks, zijn milliseconde aan te wijzen,
in, aan, de Dierenriem, zijn graad…
Daar gaan we dan…!
Door de Tijd en de Tijden …
Nu voor de derde keer, alweer in de rondte…!
Dagelijks…
Jaarlijks…
En dan ook nog weer eens, pontificaal: Zodiacaal …!
In drie bewegingen.
De AARDAS beschrijft, daar zo, nog eens een cirkel, dag aan dag,
vierentwintigduizend jaar,
ook nog eens de hele Zodiac aftastend, met zijn vraag…:
Weet u ook, hoe laat het nu is…?
Zo gaan wij dagelijks, onze ronde makend, om onze as…
En zo jaarlijks, nogmaals een ronde rond de Zon…
Tollend door de Dierenriem…
Maar bovendien, zo nog eens een ronde, door de Zodiac…
Ruimteboulevard…, overal LICHT …!
Als is het MELK …
Deze ruimteallee, mochten wij al de -Melkweg- noemen…
Ons adres…
Hier leven wij…,
in ons Zonnestelsel…,
ons Huis…, uit Licht…, waarin wij wonen…
Nog lang niet uitgepraat, over de priktol…!
Wind je touwtje er maar om…
Je werpt hem met een ruk, van je af…, en wonder…!
Daar maakte je hem al -stabiel- …!
Zo landt daar dan, je priktol, al op zijn pootjes,
alsof het God zelf daar is, die zegt:
Daar sta je dan…!
Laat ZIEN , dat je er bent…!
Snap je dat nou!
Neem het je maar ter harte…!
Beschaamd zul je niet worden…
Wist je dan nog niet…?
Als, opgewonden, werd ook jij als priktol, hier gezet…!
God is niet zo, bekrompen, christelijk…
Als wat de gelovigen van Hem maakten…
Werelds is Hij , als WAT !
Meer over ons Huis, uit Licht…
Het wordt vervolgd…
lees verder…