voor wie mij overleeft…
voor wie mij overleeft…
en gij, geschaard,
mijn groeve rond…
een stille wenk…
hoe ik hier ben geweest…,
een schim…?
een preveling…?
een stille…?
in den lande…?
misschien…
kan zijn…
zeg het,
die het weet…
wat er van mij, nog rest
is al gekist…
van tel op tel…,
daal ik nu af,
in mijn vergetelheid…
er is een punt gezet…:
nieuwe zin…!
ik kom alweer terug…
als ben ik weer een kiem…
zaailing…,
in frisse grond…
te leven…?
ik kan het maar niet laten…!
een wijle nog maar hier
ben ik al weer op weg…
het leven kan niet wachten…
zo, keer op keer…
ben ik hier weer…
anders, rest mij niets…
dan er te zijn…
is hier…
ik groet de nevelen…,
de stilte die zij mij weven,
om mij heen…
mij hullend, in een zweem…
van eeuwigheid…
hoe lang, ik hier verpoos…?
ik weet het niet te zeggen…
zo, ben ik weer terug…!
zet daarom op mijn steen..:
even,
een wijle maar
samen te zijn
met…
mijn meest nabije vriend
so long…!
see you…!
ik ben al weer terug…
lig hier
als kiem…
zaailing…
in frisse grond
Sj.
gezworene Gods…
dagloner
in zijn dienst
even,
een wijle maar,
is mij genoeg…
van samenzijn
met, voor mij…
mijn meest nabije vriend…
hij ziet mij tegemoet…
hij wil mij zien…
van oog tot oog,
kennen wij elkaar…
mijn welkom
is een feest
weer even thuis…!
een maaltijd aangericht…
voor mij…
geslacht, het beste kalf….
feest der herkenning
vieren wij…
mijn rechterhand…
jij bent hier op je plek…
Ik laat je zo weer gaan
mijn hartedief…
nog steeds hoef jij
alleen maar, er te zijn
jouw tegenwoordigheid
is mij genoeg…
bereid je voor…
Ik luid de bel.
je volgende ronde komt er aan…
jij staat al voor de deur…
geloof het niet,
maar maak het waar
en leef…!
leef deste meer…!
als wie jij bent…
identiteit…
uit, wie Ik ben…,
in jou…
in eeuwigheid…
je vriend…
je kroon zal ik je geven…
jouw kroon des levens…
zo lig ik in uw hand…
gij hebt mij, in,
van deez’ aard,
het zand…,
geschreven,
mijn leven…
voor u,
ben ik Sj.
mijn zondagschoolbijbeltje, kerst 1953, werd ondertekend met Openbaringen 2 : 10…:
“Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven, de kroon des levens.”