bij de animatie…:



uit: “tekenen”, deel een, hoofdstuk 2.


Maar ook Balthus zelf heeft ooit een plastiek geboetseerd,
als was hij organisch gegroeid onder zijn
palperende handen…

Aan de plastiek, nader bekeken, sprekend, naar zijn wezen,
van Aarde, Water, Lucht en Vuur,
kun je het volgende gaan zien…:

In het  aarde-element  te herkennen, zoiets als schoot, schoot der aarde.
En knieën, of knoken, zie je,
die al eveneens naar oorsprong en eindigheid verwijzen.

Dan, als je het beeldje langzaam iets verder laat rondgaan,
kun je een bron herkennen…:
Springend water!

Nog een paar centimeter verder gedraaid, toont zich zoiets als een schelp,
altijd weer uitnodigend, hem aan je oor te leggen…
Er de eeuwige zee, bruisend, fluisterend, in te beluisteren…
Oorschelp  dan ook, gehoor, om ook een boodschap te verstaan,
niet zozeer van hoe het hoort, eerder dan, van hoe het  luistert  …

Tenslotte, als  “openbaring” , ontwaar je een moeder,
zelfs aan een moeder-maagd kun je hier denken, met een kind, gekoesterd,
als  ongrijpbaar imago, ontastbare, zuivere idee, geheimenis, vuur  …
Je ziet het wel, maar het is er ook niet…

Tijdens de dagen rond kerst, staat het, verstild,
wel ergens, in de kamer, voor zich zelve te spreken…

Maar zo is ook Balthus’ leven, wel geleefd, maar nauwelijks grijpbaar,
steeds weer wat anders, dan wat het is…

Alsof de werkelijkheid voortdurend aan de tastbaarheid wil ontstijgen…
Zoals ook nu…

lees verder…, onder:   DE BOEKEN   , “tekenen”, deel een , pagina 14…