
een landschap trekt voorbij…
Een landschap trekt voorbij…,
ook ik, maar ik toefde…
Gelaten, na ’t geteister…,
Staan zij verzonken, in grauw van nevel…
Ik vrees dat ik hen stoor, de bomen…
En houd mij in…
Een geur van voorbij verleden dient zich aan…
Geprevel naakt mijn oor…
Wat was hier ooit aan deze plaats?
Ik luister…
Een kind werd hier gebaard,
In ’t hoge gras…,
Geen vader…
Vondeling…
Tenslotte, onderdak gebracht…
Blootsvoets…
een herder, met zijn lief…
Een knaap nog amper…
Zo jong van jaren…
Zij, pas een deern,
Nog dromend overdag…
Hij wekte haar…,
In een doortastende omarming…
De lome middag,
Liet hem diep, in haar begaan…
Zij gaf slechts toe,
Vol overgave…
Lust is een engel…
Hier, hemel, slechts een tel…
Ook was ‘t hier koud en kaal…
De armoe, die hen dreef,
Naar verder oord, van gaven…
Stoet van gekwelden…,
Berooid naar ‘t leven talend,
Verzwakt in zwijgen…
Een moeizaam gaan…
Er vielen hier granaten…
Moederziel alleen,
Een levenloze maat,
Gesneuveld…
Hij droomde nog, heel even,
Van haar, die hem niet kende…
Een bruiloftstoet komt nader…
Zij, met geurige bloemen in heur haar…,
In zalm gekleed.
En hij, haar prins,
In prachtvol rood…
Een plaatje!
Tot slot een manneke met stok…,
Een dunne witte baard,
Maar verder kaal van haren.
Zijn leven is geleefd..
Zijn weg gaat aan de einder…
Dan kom ik tot mijzelf,
Vervolg mijn gaan, en denk:
Het leven moet geleefd!
Je komt nooit weer terug,
Zoals je hier eens was, eenmalig…
Telkens weer dezelfde,
Anders…
Een even later…
Sj.
een landschap trekt voorbij…