Wie zijn wij?
Wat gebeurt ons?
Waar gaat dit met ons heen…?
Ik heb deze week, de derde week van januari, 2023, iemand horen zeggen, dat,
wat wij in deze tijd beleven,
nog nooit eerder zo omvattend en ingrijpend is geweest,
en dat dat daarna, ook niet meer, ons nog eens zo zal kunnen gebeuren…
Ik, op mijn manier, versta dit als kenmerkend voor de wisseling van
Zodiacaal teken…
Zo gaan wij in onze Tijd van Vissen naar Waterman…
Je moet alleen niet denken dat dit een kwestie van enkele decennia zou zijn…
Nee.
Ik reken voorlopig op de lopende driehonderd jaar…
Er gaat namelijk, hier, heel veel meer, heel veel grondiger, over de kop…
Hoe ik daarbij kom?
Wat ons hier en nu overkomt, is zo heftig, zo ingrijpend, dat het wel mag lijken,
alsof wij door de lucht vliegen, van onze plek worden gerukt…
Volkomen losgerukt uit een Tijd , die niet langer van kracht lijkt, te willen,
en te
kunnen, wezen…
Alsof ons, ons kompas, uit handen is genomen…
Dit overkomt ons, en zal dus, als noodzakelijk,
of althans als onvermijdelijk, kunnen worden gezien…
Het lijkt ons zo te moeten gebeuren…
Het lijkt zo ook wel de evolutie zelf te zijn, die aan ons een noodzakelijke stap voltrekt.
Vergelijk het maar met tanden wisselen…
In een dag.
De tanden zouden ons zo, als versneld gefilmd, uit de mond vliegen…!
Ik heb een maand geleden een ongeluk gehad, dat er precies zo uitzag…
Ook ik vloog door de lucht, omdat ik een hond aan de lijn had,
die op dat moment liever bij zijn baasje wilde zijn, dan bij mij…
Ik was te laat…
Ik had hem moeten laten gaan…
Nu trok hij mij volkomen van mijn stuk…
Mijn arm bleek gebroken en mijn polsen doen nog pijn…
Waarom moest ik dit zo uitgesproken voelen en ondergaan…?
De meeste mensen om mij heen, zullen nu misschien wel meewarig opkijken,
of minachtend van zich af kijken, met een blik van:
Wat mankeert die kerel…?
Is hij soms de kluts al even helemaal kwijt…?
Ik vrees van niet…
Als je mijn horoscoop waagt te bekijken, dan zou je,
ben je daarvoor al genoeg deskundig,
kunnen vaststellen, dat ik persoonlijk wel -lijk samen te vallen- met,
het dagelijks gebeuren…:
Als vliegen wij door de lucht, en gebeurt dat mij, even letterlijk…!
De reeks boeken die ik schrijf, heb ik niet voor niets genoemd:
“de tuin der tekenen”…
Ik wil er maar mee zeggen, dat ik leef in een werkelijkheid, waarin kleine gebeurtenissen, betekenis blijken te hebben,
als toevallig, mij toe gevallen…
Te plukken, als bloemkes, in een tuin, wereldwijd…
Als ben ik daar, als kind, te midden van een aanstekelijk, geurende, kleurenpracht…
Bovendien, mag, dien ik, degene te zijn, aan wie deze kleine gebeurtenissen,
niet ongemerkt, of onopvallend, voorbij hoeven te gaan…
Nee.
Ik mag weten, dat dit zo mijn roeping kan zijn, deze tekenen te verstaan…
En mogelijk zelfs te verklaren, voor een ieder, die daar open voor wil staan…
Dit is zo, wie ik ben.
Wat dit gebeuren, in onze Tijd, nog gaat betekenen voor ons,
wij zullen ooit op een moment komen, dat wij, omkijkend, zullen vaststellen:
Maar wat ons hier is overkomen…
Moet als een tsunami zijn geweest…
Alles heeft hij over de kop weten te gooien, en dat volkomen…!
Zo zak het dan, vervolgens, weer aan ons zijn, de regie, weer zelf, terug te nemen…!
En orde op zaken te stellen…
In de eerste plaats daar, waar onze identiteit, van ons was weggenomen…
Of in een beeld:
Deze storm, heeft ons de kleren van ons lijf gerukt…
Nu staan wij naakt, als volkomen van onze uiterlijke herkenbaarheid ontdaan…
Vrees toch maar niet!
Het Vissentijdperk, achter ons, is voor ons geweest, een noodzakelijke fase,
als interpretatie, is opvatting, van de werkelijkheid,
waarin wij al die tweeduizend jaren, hebben geleefd en overleefd…
Maar nu is dit, tenslotte, over…
En, voorbij!
Je kunt het zo zien…:
Al die tweeduizend jaar is er een God geweest, de God van het geloof,
die daar niet is geweest, die Hij werkelijk ook is…
Wij zijn het daar zelf geweest, die in onze projecties hebben geloofd…
Maar deze misvatting is niet allen een kwestie van het geloof, of ook van God…
Nee, het is geweest, wat wij als indruk hebben aangehangen,
van hoe deze wereld als, -onze werkelijkheid- zich aan ons voordeed…
Daarom wordt het ons nu zo, uit handen genomen…
De vraag die hiermee rijst…
Wees blij!
Zal deze zijn…:
Wie zijn wij dan nu wel…?
En hoe vogelen wij dat hier uit…
Neem maar je tijd…
Ik had het er al over, dat dit wel eens zou kunnen gaan, over de lopende driehonderd jaar…
Nog een vraag, waar ik nader op in zou willen gaan…:
Wat kenmerkt, hier en nu, Waterman, en hoe spoelt dit hier dan over ons heen…?
Ik denk dat de meest herkenbare cesuur, als scheidslijn,
bij de Tweede Wereldoorlog kan worden gelegd…
Sinds ik van 1941 ben, heb ik het allemaal mogen zien en hebben meegemaakt…
Mijn vader kocht zijn eerste auto…
Het nummerbord droeg daar nog de cijfers, die mijn grootvader, pake Sjoerd,
al eerder voor zijn motorfiets had gehad…: B – 558 …
Een Fries nummerbord…
Als kind hebben wij nog, wij hadden nog maar net leren schrijven,
van de auto’s die voorbij kwamen, de nummers opgeschreven…Schriftjes vol…
Er gebeurde natuurlijk, nog heel veel meer…!
Wij kregen telefoon, het nummer was 2737 …
Later werkte ik in de donkere kamer bij de fotograaf.
Van die werkgever wist ik na enkele maanden wel twintig telefoonnummers,
van verschillende klanten, uit het hoofd…
Zo ging het mij ook met de vierkantsvergelijkingen…
Zolang ik nog op het ULO zat, kon ik de meeste vierkantsvergelijkingen wel zo,
uit het hoofd even oplossen…
Even jongleren met het dubbel product…
Toen ik later naar het gymnasium ging, raakte ik dat helemaal kwijt…
Nu moest ik, in mijn geheugen, vooral extra ruimte reserveren,
voor de grammatica’s van Latijn en van Grieks…
Dergelijke revoluties zullen veel meer er nog zijn geweest,
zij hebben gewoed in ons brein…
Nog steeds…!
Kijk naar de smartphone…
Wie zich daarin verdiept, zal ooit merken, dat dat ding,
een hele wereld, van een volkomen andere benadering,
van hoe je met zo’n apparaatje, al je tijd, volkomen kunt verdoen…!
Het gebeurt ons letterlijk zo!
Waarom lopen sommigen met dopjes in hun oren…?
Is de werkelijkheid hun soms te veel…?
Nog eens te meer…:
Wij kregen een douche…
Een wasmachine, een koelkast…
Je wil niet meer geloven, wat dat voor veranderingen heeft gebracht…
Ik kan je anekdotes vertellen…
Toen ik dertien was, en niet de enige, er zat zo nog een jongen achter mij,
in de bank, op school…
Ook bij hem schoot zijn hemd. overhemd, eens volledig uit zijn broek…
Wat ik zag, was de herkenning…
Ook hij droeg een hemd, van jaeger, heette dat, waar ook hij, al zijn spermavlekken,
van mogelijk een hele, halve week, had opgespaard…
Mijn moeder heeft mij in die dagen daar toen wel ook gezegd,
dat ik maar twee maal per week een schoon hemd aan moest trekken…
Ik kan je vertellen dat toen nog, en nog is het niet weg, de hele school,
alle scholen, van de geur van die jongenshemden, nestgeur?, doortrokken waren…
Waarom een koelkast en wat dat dan betekende…?
Wij woonden in de stad, en dat kon betekenen dat er familielangs kon komen,
in het weekend, dat toen zo nog niet heette…
Daarom had mijn moeder meestal wel extra brood en melk in voorraad…
Maar als er dan, op de maandag, nog geen familie was geweest,
was er wel een teveel, aan melk en aan brood…
Van dat teveel aan brood werd soms brood-pap gemaakt…
Vreselijk…!
Brood in een pan, niet te klein, wat melk erbij en rozijnen misschien,
op je bord kreeg je het, als dat al echt bestond, met boter, suiker en wat kaneel,
voor de smaak…
Maar dan was er ook nog de melk…
Met gustard wist mijn moeder daar nog wel vla van te maken…
Aanvankelijk werd het vlies, of het vel, dat op die vla ontstond, nog niet bestreden en opgelost door er suiker over te strooien…
Als dan die vla op tafel kwam en de “sleef” ging erin, de “pollepel”,
dan werd er geroepen:
“Het hemd van meneer pastoor…!”
Je moet nog weten, dat dat toen nog ging, over -bewassing- …
Daar moeten ze op Downton Abbey, nog wel tien man, vrouw, personeel,
voor hebben gehad en een “bleek” …
Bij mij grootmoeder stond nog een wasmachien, een houten kuip…,
met wel een doorsnee van 120 cm.
Ik heb hem misschien eenmaal aan het werk gezien…
Bewassing had ik het over…Ging dat daar dan toen al over privacy…?
Die daar, toen nog helemaal niet, zo, kon bestaan…!Waren er toen nog dorpen, waar iedereen, van hoog tot laag, wist,
hoe het hemd van meneer pastoor, na hoeveel dagen dragen,
gewassen diende te worden…
En waarom?
Een andere anekdote verhaalt, van een -dagje uit- dat werd georganiseerd…
Met z’n allen, met de bus, naar een uitspanning, met speeltuin, bos en pootjebaden, dertig kilometer verderop…
Was er wel, van al een oudere generatie, een deelnemer, die riep:
Dan mag ik eerst, voor ik daar mijn sokken uittrek, mijn voeten nog wel wassen…!
Waar dat mogelijk al een heel half jaar niet was gedaan…
Wij geloven het niet meer…
Hing ’s winters de natte was te drogen aan de lijn,
ik heb nog wel enkele knijpers, die toen nog wel duurzaam werden gemaakt!,
en het vroor…!, dan kwam die was tenslotte stijf als een plank, bevroren,
aan de lijn te hangen…, waar dan het ijs, tenslotte verdampte…
Sublimatie was dat, leerde ik later…
Mijn vader kreeg zijn eerste scheerapparaat, van het bekende merk,
met één enkel scheerhoofd…
In de oorlog moest ik, drie jaar, ouder kan ik daar niet zijn geweest,
mijn vader bijlichten, waar hij van kolengruis, klei en een beetje water,
briketten maakte…
Ik moest dan de knijpkat bedienen, opdat mijn vader kon zien wat hij deed…
Toch waren mijn handjes daarvoor nog veel te klein…
Dus viel daar, soms even het licht uit…
Ook sliepen wij toen nog allemaal samen in een bed…
Er kwam een Russische driemaster, als blijk van enige verlichting, in de Koude Oorlog?,
aanmeren in Amsterdam…
“Panorama” berichtte daarover…
Ik las het bij de kapper, ook waren wijzelf soms daarop geabonneerd…
Er was ook nog een leesmap…
Zeven tijdschriften een week, of meer, over tijd…
Je abonneerde je daarop, en had dan, later, nog eens heel veel te lezen,
te bladeren en te bekijken: foto’s…
Het artikel, in Panorama, ging onder de titel…:
“Als poezen in een mandje…”
Dat sloeg op de Russische matrozen, die kris kras over elkaar heen, tegen elkaar aan,
in een opgeslagen tros op het achterdek, wel drie meter in doorsnee,
lagen te zonnen, of bij te slapen….
Want hun kooien, waren in die tijd nog wel zo breed, een luxe,
waarbij je niet in een hangmat hoefde te overnachten…
Zo breed…, dat de matrozen daar ook nog wel zijn drieën in konden slapen…
Inter-lichamelijkheid was ooit nog totaal geen probleem…!
Mogelijk werd wel elke morgen het geheugen gewist…
Je kon niet weten, of je al evenmin herinneren,
wat er die nacht was kunnen zijn voorgevallen…
Geen sprake van…!
Nog met één been in de Negentiende Eeuw, waren er in de veertiger jaren,
nog hele volksstammen, waar men, vooral, de nog niet gehuwden,
samen, als waren zij, woelende, uiterst beweeglijke, krioelende, knaagdiertjes…
Gezamenlijk in een bed, onder de dekens, totaal niet vreemd van elkaars,
gezamenlijke, lichamelijkheid…
Ook was het daar en toen nog zo, dat wij als jongens, onder elkaar,
nog in alle standen en maten, zelf onze seksuele voorlichting deden….
Volkomen taboe, voor de vorige, oudere, ouders-generatie…
Je ouders hadden zich daarmee maar niet te bemoeien…!
Bovendien kwam het hen, zo, ook wel heel goed nog uit…
Inter-lichamelijkheid, onder jongens…,
maar daar kwamen, dan, in elk geval, al geen kinderen van…!
Mijn eerste bezoek aan de Tweede Kamer, ik was daar 19, kan 18 zijn geweest,
werd gekleurd door de herinnering, dat daar mevrouw Marga Klompé,
het woord stond te voeren…, minister…
Als het hier nu. gaat over de vraag, wanneer er ongeveer, een cesuur kan zijn geweest,
die het nodige onderscheid al wist te maken, tussen Tijden en Tijden ,
waarmee de overgang van Vissen naar Waterman kan zijn gemarkeerd,
dan kan dat, tamelijk arbitrair, hoer zijn geweest…
Waar na de Tweede Wereldoorlog, een nieuwe horizon, kon worden ontwaard…
Maar wie goed kijkt, kan daar al zien, hoe die tijdperken, elkaar,
wel heel erg ruim overlappen…
Vandaar dat ik spreek van de lopende driehonderd jaar…
Waarin ons, ons kompas, eerst volkomen uit handen zal worden geslagen,
met de daarop volgende opdracht…:
Bedenk maar weer een nieuw!
Ik zeg u maar alvast, dat dat daar, dan weer eerst, zal gaan over God…Wat ik nog niet had verwoord, is nog wel dit:
Wat wij de laatste tweeduizend jaar van God hebben gemaakt,
kan meer nog niet zijn geweest, dan een aanname, een opvatting,
van wie, God, dan wel zou zijn…
Mogelijk is met die misvatting, zelfs het consumentisme daar, om te beginnen, in de kerken,
al begonnen…God, als de supermarkt, voor alles wat wij ons wensen…
Zo gaan die dingen!
Filosofisch…
God, als mogelijk, voorlopig, meer niet dan een idee, voor tussen de oren,
waaruit, vooral collectief, bovendien wel enigszins kon worden afgeleid,
welke moraal wij meenden als, relevant te kunnen aanhangen, en propageren….
Ook dat gaat voorbij. Nu….
Wij zullen even helemaal van deze “God” los moeten komen, wil, zal,
er ooit een volkomen, nog onvoorstelbaar, Gods-verstaan zich kunnen ontwikkelen…
De eerste die dit zo ooit al heeft kunnen hebben meegemaakt,
zou wel -Abraham- kunnen zijn geweest…
Abraham en God, zij kenden elkaar, als contingent…
Als wederzijds aanraakbaar…
Er was een “touch”, een tast, als verstandhouding, van verstaan, over en weer…
Wie wij wel echt -zijn- , blijft, zo, mogelijk de vraag,
voor de komende driehonderd jaar…
Laat dit duidelijk zijn…
Wat doet een anekdote toch…?Relativeert hij, ons eeuwige, panta rhei …?
Heraclitus: Alles eeuwig in beweging!
Als is er niets, dat niet, aan dynamiek onderhevig is…
En…, hoe betrekkelijk, relatief, is daarna dan al ons gedoe,
van, nu doen wij dat zo, omdat het zo hoort…!
Oh ja…?
Van wie?
Gloofjetook?
Ik niet.