lees HOMERUS …

                                                                                                


lees  HOMERUS   …

Laat hij je aanspreken…
Nog eens weer!
Opnieuw…

Aanspreken…,
Door hem,
Die, van onze bronnen, ene, van liedkunst,
Nog steeds niet, mag ontbreken…: 

HOMERUS  …!

Als bevlogen, namen zij tot zich, zijn toehoorders, zijn zangen,
Als klonk hun, daar, een nationale hymne…
Als galmend door hun wezen, innerlijk, hen bewegend, tot het uiterste…

Stillekes, als verkneuterd, dan spoedig weer razend, om onheil, wangedrag en misdaad…
Van helden en goden, godenzonen…
Van strijd…, strijd…, altijd weer strijd…
Strijd, om eer…

Strijd om vrouwen…
Onder vrouwen…
Ook…
Godinnen…
Onderling…

Lees nog eens weer, zijn epische liederen, gestaafd, als boeken…

Met eerst al zijn liedboek, episch, de  ILIAS  …, begonnen…

Er is daar, dan, een appel…
Ook…,
Alweer…

Van tweestrijd…
Deze keer..
Geworpen in onmin…
Woedend…

ERIS  …
Godin van twist…
Gepasseerd…

Niet uitgenodigd, in, van de hoogste kringen…,
Het huwelijksfeest…
Van  PELEUS  en  THETIS  …

Je zoekt het maar uit!

ACHILLEUS  ,  HEKTOR  …., PARIS  …, herderlijke schaker…

Over  ILION  , zesvoetig, het relaas, zingend, van strijd en zege…

ILION  , de onoverwinnelijke stede,  TROJE  , ook, geheten…

Maar dan…, neem ook nog ter hand, het tweede…
Ook boek, epiek, volgend, op de  ILIAS  …:
Genaamd:  ODYSSEUS  , duvelstoejager…

Handelend, na, eerst al, tien jaren Troje, over,  ODYSSEUS’  , weerom-keer, terug naar huis…

ITHAKA  …!

Twee stappen groter, slechts, dan ons Terschelling…

Hem waren, in van zijn hart, het diepste, bekend, de zeeën…
Ook, van de steden, van stammen en volken…
Hun levenswijze…

Maar, hier,  ODYSSEUS  niet alleen…!

Onafscheidelijk van hem, dag en nacht, in zijn waken en in zijn dromen,
Zij…, de goddelijke…, de godin…,
Op zijn hielen,  ODYSSEUS   volgend…,  

PALLAS  ATHENA  …

Wie zij daar is, voor hem, voor  ODYSSEUS  ?

Athena, als uit het hoofd, van oppergod  ZEUS  , geboren,
Heer van OLYMPUS   ,
Er ligt daar sneeuw, hoog, in Hellas…
Zonlicht, bij dag, tot laat in de avond, straalt er van af.

Wie  ATHENA  , hier is?

Wil je het wel, met mij, raden…!

Lees en herlees…
Nogmaals.
Blijf dat herhalen!

Tenslotte, zal, misschien…, ik.., je mogen en kunnen overhalen, verleiden…

Haar…,

PALLAS  ATHENA  …

Te willen zien en verstaan, als zijnde, in haar, goddelijk, geplooide gewaad…
Haar te herkennen,, als zijnde, in haar wezen, de  

VERPERSOONLIJKING   ,

Als verhuld, in, van wat voor,  ODYSSEUS  , zijn   INTUĬTIE  , zou zijn…

Het paard, rollend, als donder, voortbewogen, tot in de veste zelf…
Onder voorwendsel, opgedragen aan  PALLAS  ATHENA  , als offer, zogenaamd…

Maakt  TROJE  verloren…!
Bij nacht…
De hele stad dronken van vreugde, laveloos, van overwinning, die dat niet is…

Er was er één, die, het, niet vertrouwde…

LAOKOON  …!

Maar, ons, dit,  TROJE  …, gaat er zo, aan…!

LAOKOON  …!
Met zijn zonen, door slangen…
Gewurgd…

Dit paard,  ODYSSEUS’  list, intuïtief, hem ingegeven, van  PALLAS  ATHENA…

Waar hier de overwinning, al even, als elders ook, als door de goden, beschikt, zou zijn geweest…
voor de Hellenen, was, dit, daar nog een vraag…:

Waar toch vandaan…, komen dan, die stille ingevingen, woordenloos,
Als nog volkomen ongerept…,
Als verse sneeuw…,
Nog, door niemand, al, betreden…

Geen woord nog aan vuil gemaakt…
Andersom!
Door, nog geen woord, hier al, aangetast…!

Nog, in taal, niet gevat…
Geen woord!
Laat dat.
Daargelaten!
Verzwijg!

Als zijn, ook zelf, in dezen, nog…, de  GODEN  , zelf tegenwoordig, in ons zwijgen…
Van waaruit, dan ook, ons spreken, waagt te beginnen…

Wat geven  Zij ons, dan in?

Maar dan nu, daarover…:

ODYSSEUS  , hij komt weer thuis…
Na, uiteindelijk, twintig jaren, van huis te zijn geweest…
Zijn gade,  PENELOPE  , gekweld, al die jaren…
Door vrijers, dingend, naar haar hand…
De schenders…!

Pornokraten…
Van ’t huis…
De voorraad, verterend…

Maar, hier, is het, alweer…,  PALLAS  ATHENA  …

Neemt over  ODYSSEUS  , de regie…

ODYSSEUS  herkent zijn  ITHAKA  niet…!

Meer nog: 

“Ik ga je vermommen, je er veel ouder al, uit laten zien, ga je kleden, in lompen”…

Aldus:  ATHENA  …

Dan…
Gaat  ODYSSEUS   allen ontmoeten, die hem hebben gekend…
Maar desondanks, zijn tegenwoordigheid blijft hun verborgen…
Ja, er zijn zinsneden, herinneringen, die, alleen,  ODYSSEUS   kan hebben gedeeld,
met allen, aan wie hij verschijnt, als in  

EFFIGIĒ  …

EFFIGIĒ  …
Als in goddelijke herkenning…
In effecto…
Boven  TIJD  …
Boven  RUIMTE   …

Zo ook gezien, op, van de Paasochtenden, destijds, de eerste…
Waar, de doden, verschenen, daar, nog weer eens, in Jeruzalem…!

Hier, op  ITHAKA  , vraagt men zich af…:
Maar, wie heb ik daar dan, ontmoet…?

Het raadsel blijft…

Alleen de hond, heeft, van hem, al wel, geroken, zijn zweet…
Zijn vader…,  LAERTÈS  , blind, ook, herkent hem aan zijn ademhaling, zijn stem, zijn intonatie…,

ODYSSEUS  …

Zo, zijn zij beide, vader en hond, getuige, van, wat, er staat te gebeuren…

GERECHTIGHEID  …

De vrijers, wagen het,  ODYSSEUS  , nog uit te dagen…

“Is er dan, in de kelder, niet, nog, ook, een moordwerktuig…?”

Waarmee wij een strijd zullen aan kunnen gaan, om  PENELOPE  …

De  WINNAAR  …!

Zal haar beslapen…

VANNACHT  !

De pijlen vliegen in ‘t rond…
Afgeschoten, het schorem…

Vannacht…

ODYSSEUS  , hij slaapt weer  THUIS  …



Van alle sproken…

Mag dit, nog het, aller, voornaamste, wel zijn…
Zoals ook de verloren zoon, nog, bij zijn thuiskomst, een Samaritaan, zal mogen worden…
Barmhartig…
Waarmee hij, nog eens weer  THUIS   zal mogen brengen, de verloren God,
als geschonden, ook geschaad, achter gelaten, langs de weg,
Van een eeuwige tredmolen,
Van gaan…
GelovIG…

Horizontaal, geloofsbedrijf…!
Niets om ’t lijf…!

God, als dood geloofd, door zijn gelovigen…

Verteerd…, de voorraad…, van ’t  HUIS  …

De Jood, de Leviet, gelovige van geboorte, of van beroep, gelovend, biddend, hun neus achterna…
Van hun weg, eeuwig…, hun, midden, houdend…

Orthodox, moet het heten…    

                                                                                                                              Sj.