spoor een, vervolg twee…





spoor een, vervolg twee…


Het gaat ons allemaal, zo gebeuren…!

Je mag dit wel weten…:

Als God zelf…,
aan jou,  Zich  bewijst…,
dan verbleken daarbij…

Alle andere godsbewijzen…!

Maar hoe kun jij ooit weten, hoe dit jou gebeurt…?

Ik zal het je zeggen…

God neemt je apart…
Hij wil je even spreken…
Leidt jou, naar de woestijn…

Wat jij daar dan zult vernemen…
Zal voor jouw, bedoeld zijn, alleen…

Met je oren, zul je het niet horen…

God spreekt tot je hart…
Jij zult daar dan zijn,  Gods  gesprekspartner…
Bij Hem op bezoek…

Maar maak je niet druk.
Hij trekt je op zijn knie…:

“Kom maar even, zitten, bij  Mij  …
Want Ik moet je wat vertellen…:

Jij bent Mij zo dierbaar,
dat Ik verderga, met jou,
nu jij, begint, te  -leren lopen-  ….

Je ziet het aan onze voetsporen,
in het zand, achter ons…
Kijk, daar zijn ze, die van Mij en van jou…

Dit zullen dan worden, jouw veertig dagen,
met Mij…

Ik leer je daar lezen…

En schrijven…

Met Mij…

Jij leert, Mij verstaan…

Ik stuur je mijn tekenen, jij zult die leren lezen…

Je mag ze zelfs doorgeven…
Aan wie, ook maar, wil proberen, er ook maar, van mee te krijgen,  -“iets”-  …
Het zal hun niet meevallen…

Want er is…, nog wel…, een   beveiliging   …
Jij krijgt eerder niet, toegang, tot  Ik  jou kwalificeer…

Wij gaan daar, door een  -niemandsland-  ,
Jij…, met Mij, alleen…
Als zijn het  -dagreizen-  …,

   Veertig   …!

Het heeft, ook alles, wel iets weg, van psychose…
Verkijk je daar niet op…!
Meer niet, dan de  -verpakking-  …!

Zo,… je snapt wel…, verpak Ik, mijn  INHOUD  …

Noem het maar:  INWIJDING   …

Het was je zo al gezegd…:

Een ingewijde…,
mijnheer Van Buren…,
is iemand,
die verstaat, de tekenen Gods…

En, daar  -adequaat-  naar weet te handelen…

Jij leert daar dan communiceren, zo, mijn tekenen verstaan…

Tenslotte, zal Ik, van heb ik jou daar, jou   mijn Eed   willen zweren…

Na, dan, na nog eens, twaalf dagen wachten…
Hoor jij, voor jou, je  -kwartje-  vallen…

In dat ene moment, zal daar jou duidelijk zijn, dat  Ik  zit te wachten,
al twaalf dagen…

Op jou…
Waar jij,  Mij  , dan   jouw Eed   aan  Mij  terug zult willen zweren…

En…,

Wat ben je dan,  Mijn Liefste  …?

Mijn   Gezworene  Gods   …!

Alsjeblieft…!
Die is voor jou..!”


                                                                                                                  XXX.