sygdommen til døden …





Sygdommen til døden…

Het staat er echt…:

De ziekte tot de dood…

Zo algemeen, zo helemaal…, van iedereen…,
dat het nog nauwelijks een naam mag hebben…

Daar moet je dan voor, bij  Søren Kierkegaard  zijn…

De ziekte tot de dood gaat over de  -vertwijfeling-  …

Als is het een stad, van doodlopende straten…
Alleen maar…!
Wie…, komt daar, dan ooit nog uit?

Je  zou die stad kunnen zien, als is hij een gevangenis, waar niemand ooit uit komt…
Niemand, op straat, die je daar aan kunt spreken:
Zeg mij!
Waar is hier de uitgang…?

Je zou daar Nietzsche voor aan zijn jas kunnen trekken.
Op klaarlichte dag, was hij het, die naar de markt ging,
als speelde hij daar de dwaas, der tolle Mensch,
met in zijn hand, een brandend lantaarntje, en riep het daar uit…:

Wo ist Gott?

Ihr Mörder, aller Mörder, wo haben sie Ihn gelassen…
Uw God…, is hartstikke dood!
Dat hebt gij,  GELOVIG  gedaan!

Met welke spons, hebben jullie, je horizont uitgewist…?
Je wereld verziekt!

Waar dit over gaat?

Het is de  -vertwijfeling-  …

Waaraan iedereen, niemand uitgezonderd, kan lijden…
Allemaal ziek.
Doodziek.

Je zelf willen zijn, maar het lukt van geen kanten.
Je hebt alle macht al verzameld, maar het is al verrot,
aangetast door de meest hardnekkige schimmel…
Het zit overal!

Je zoekt het in macht, in geld en in gokken…
Maar negatief, je bent cynisch, wreed, minachtend, smerig, een rotzak.

Vertwijfeld…

Kun je zo zelfs, een psycholoog, ook nog wel zijn…!
Zelfs een wetenschapper…
Je lag toch al nergens, meer van wakke!

Wie ben je?
Vraag het ze niet!
Het antwoord hebben zij, met een speldje, op hun revers gespeld,
Aan een koordje, om hun hals, een kruisje gehangen…
Allang lopen zij daar pronkend mee rond…

Zelfs gelovig…
Als de beste!

Want hier ga ik voor…
Als verbeten.

Je ziet ze voorbijgaan, allemaal, het midden van de weg houdend…
Als geboren gelovige…
Zelfs als professioneel…
Gelovig van beroep…

Maar zie dan al die anderen…!
Zonder geloof…
Maar, nog eens zo geloviger…!
Ook zij gaan voorbij…, leeg van wezen…, van ziel…

Niet langer nog deze klaagzang aangehouden.

Stop!

Dit leven, in deze stad…, klinkt vals, en dat alleen maar…!

Maar hoe kom je hier uit?
Er is al ooit ook een tekening van gemaakt…
Meer…
Je ziet een eenzame…
Drenkeling…Aan zijn haren probeert hij zich uit het water te trekken…

Nog een ander werpt een wanhopige blik in zijn hemd…
Wie ben ik daar dan wel…?

De vertwijfeling is de ziekte, die gaat over het  ZELF  …
Over wie je kunt zijn…
Maar het niet bent.

Mogelijk heb je zelfs God gemaakt, gelovig…, tot wat Hij niet is…!

Geen moralist…

Maar helaas, jij was dat wel…
Want jij daar, met al die anderen,
nog nooit anders geweest, dan een bewoner, van die vreselijke stad…

Laten we hem maar noemen…:  MORALISSIMA  …

De stad, het verdorven oord,
waar wij elkaar, allemaal, de maat nemen, dagelijks…

Niemand die voor zichzelf, nog weet, wie hij is.
Stuk voor stuk, allemaal, veroordeeld tot de kaartenbak…
Waar je nooit meer uit komt.

Doe het zelf!
Hang je je op?
Of werp je je touw, naar de overkant…?
Waar is voor jou, hier je redding…?

Begin.
Met je twee benen.
Ga daar op staan…

Zeg tegen jezelf, als er een is, die weet, die kan weten wie ik ben, dan ben ik dat zelf…

Nog is er Eén, die het ook van je weet…
Geen moralist…
Geen zeiker…

Hij is wel God…
De volkomen Andere…!

Niet van de gelovigen…
Geloof niet je geloof…
Ga het maar leven…
Doe maar gewoon…

Doe dat niet alleen voor jezelf.

Klont.

Ook mij, mocht het zo ooit gebeuren…:
Na hier, zestienduizend dagen, al te hebben rondgedoold,
zat ik weer eens in een kerk…

Daar kwam voorbij de offerschaal…
Je kon daar je aalmoes op gooien…
Ik wierp mijn beurs erop, als mijn hele hebben en houden…
Daar ging hij dan, rij in rij uit, van bank tot bank, door de kerk…

Niet wetend, wat er passeerde in het buitengebeuren…
Eén , die dat wel wist…
Hij was er zelf bij!
Hij stuurde mij eerst langs de uitgang…
Daar stonden een paar vrijwilligers, met de suggestie:
Maar u wilt toch ook wel koffie met ons drinken…!

Dus moest ik andere uitgang hebben…
Daar stonden twee diakenen, over mijn beurs gebogen…
Of ik die terug wilde hebben?

Nee…

Maar mijn rijbewijs, dan toch maar liever wel…

Sluit ik mij aan, in de rij van de koffiedrinkers…
Gaat er daar een gerucht…
Al gehoord?
Twee, zijn er, uit de Bijlmerbajes ontsnapt…!
Op de zondagochtend, een biljart, door de ramen gedrukt…

Zo doet God dat!

Zo heeft Hij het met jou, vandaag, deze dag, ook gedaan…
Ook jij, mocht ontsnappen.
Er uit!

Jij doet je gebeden, dagelijks…
Ik laat je daar weten, wie Ik voor je ben…:

De Here, uw God, die u uit het  -diensthuis-  heb uitgeleid…

Dit kan daar begonnen zijn, waar het volk…
Israël, meer nog niet dan een stam,
Egypte, van zich af mocht schudden…

Maar, blijkbaar, kan ook de kerk, wel een baarmoeder zijn…
Je moet daar wel even doorheen…!
Foetaal gelovig…

Je snorkel is daar, dan nog, je navelsteng…
Ik heb er alvast, voor je in gedaan, een knoopje…

Schreeuw!
Leer lopen!
Ga zelf!

Gij, zult gaan, waar Ik uw voet zal zetten…

In een  -hallucinatie-  heb Ik, dit jou, -persoonlijk- , gemeld.
Je vergeet dat nooit meer…

Sj.