
(er wordt aan deze tekst nog gewerkt, sinds, 13 september 2023…)
In een wereld, waar HET GROTE MEN ,
zelfs gelovig, maar al evenzeer, ook ongelovig,
het blijkbaar, altijd al, bij voorbaat, veel te goed weet,
kan te zijn, WIE IK BEN ,
maar al te makkelijk en vanzelfsprekend,
uitlopen op een raar avontuur…
Uitermate hachelijk…!
Ik wil geen volgelingen.
Ik kan er niets mee!
Immers, binnen de kortste keren, pakken zij mij in,
zelfs geleerd, in hun eigen, veel te beperkte, begrip van zaken,
en maken van mij, wie ik niet ben, die ik nooit kan zijn, en ook niet, wil wezen…!
Maar hoe dan wel?
Ik kan niet zijn, wil niet zijn, een gebedsgenezer.
Het begrip gaat niet over waarheid…
Dus het liegt…
Er is er slechts EEN , die wel geneest.
Voor mij is dat God.
Ook zijn er geneesheren, dokters, wel te verstaan, zij mogen hun bijdrage leveren.
Onder ede…
Beëdigd…
Zoals ook ik…
Ik mocht in één dag, worden genezen,
van kanker, na wel, drie jaren, Iscador te hebben geprikt…
Maar wat is dan heling…?
Ik meen het te mogen zien en verstaan, als een invoeging, als van een dwaling,
als van een zijspoor,
terug, in het grote gareel, van het grote totaal van dit geheel, dit universum…
Dit UNIVERSUM is, waag ik te zien, als een uitdrukking van een Wezen,
waaruit, dit alles, zal zijn ontstaan…
Ik identificeer God daarmee…
Als is Hij de eindeloze dimensie, onmetelijk, waarin het menselijke, zijn plaats heeft…
Niet los en verloren, op eigen houtje…
Maar wezenlijk deel uitmakend, van deze dimensie…
Het is, vanuit ons, vanuit wij mensen, dat er een perspectief wordt geprojecteerd,
dat deze dimensie aftast, zover wij in staat zijn, te reiken…
God, is onze vraag…
De eindeloze dimensie, het antwoord…
Wij gaan niet zonder elkaar…!
Zo hebben wij, als mens, in dit universum, dat aanstalten maakt,
tot bewustzijn te komen…, onze plaats…
Waarin wij, als mens, voorlopig de enigen zijn, in wie dit bewustzijn,
van dit universum, tot zichzelf te komen…
Aanwezig is.
Dit universum in ons bewustzijn…
Menselijk…!
Maar, wat zeg ik hiermee dan, over God…?
Vergis je niet langer, door te zeggen, dat Hij bestaat…
God is…
God IS …, met alles, dat in Hem bestaat…
Dat is zijn schepping…
Zijn paradijs…
Waarin wij, met al het andere, groot, oneindig groot, en klein, oneindig klein,
wij ons aangewezen mogen weten, dit te beheren…
Door het te dienen…
Maar, maak er geen afgoderij, ooit meer van!
Dien God.
Die alles maakte…
Zo mag ik God dienen, door mijn naaste, de ander, te dienen.
Ook dit, kan anders niet zijn, dan mijn medemens, te wijzen,
waar het spoor is gelegd, van onze heling…
Dit maakt voor mij -godsdienst- , tot wat het, maar al te vaak, niet is geweest…:
Namelijk, een horizontaal geloofsbedrijf, van niets om ’t lijf…
Voor God niet.
Niet ook voor mij.
God wil er van maken, Zijn Dienst…
Zo mag ik Gods Dienst schrijven met
TWEE WOORDEN , TWEE HOOFDLETTERS …
Zo mag ik zeggen, ook al wil ik niet roemen, dat ik in de theologie heb mogen worden,
zo God het wil, een ware vakman, die zijn vak, ook werkelijk, verstaat…
Van mijn Gods Dienst , heeft God zelf willen maken,
een roeping.
Zo mag ik, in dit, mijn mij verhouden tot God, mij geroepen weten,
God persoonlijk te mogen vragen,
in mijn gebeden,
om vergeving van zonden,
van derden…,
dat zijn mijn naasten…
Maar zo dan ook, dat God, daarvan, de kwalijke gevolgen, zal willen weg nemen,
in een verhoorde bede, tot God te bidden…
Zo mag ik God vragen om vergeving.
Om vergeving van zonden, die ons belemmeren in ons gezond zijn…
Maar ook, in al ons, gemankeerde, functioneren…
Zo mag ik bidden:
Heer, ik dank U, voor uw goedheid…
Maar ik bid u, dat Gij ons wilt behoeden en bewaren en ons nabij zijn.
Dat Gij ons, onze zonden, wilt vergeven…
De gevolgen van het kwaad, door ons gedaan, van ons wilt wegnemen…
Na ook de daarop volgende beden te hebben gedaan, volgt er nog een gebed voor mijn naasten…
Dat zijn degenen, met wie ik ontmoetingen heb, en met wie ik samen leef:
God onze vader, wees hier aanwezig.
Heer, ik dank u, voor de mensen die Gij mij gegeven hebt…
Maar ik bid u voor hen, dat Gij hen wilt behoeden en bewaren…
Hun nabij wilt zijn.
Dat Gij hun hun zonden wilt vergeven…
De gevolgen van het kwaad door hen gedaan, van hen wilt wegnemen en hen genezen…
Ik vraag het U, om Christus’ wil…
Dan gaat de hemel open…
God wil niet wachten…!
God spreekt daar zijn beloften, voor deze wereld, volmondig uit:
“Ik ben de Here uw God, die u uit het diensthuis heb uitgeleid…
Ik zal uw mensen zegenen, dat zij een zegen zijn…
Ik zal hen leren lofprijzen en zegenen…
Hen leren danken en bidden…
Hun Licht en Kracht schenken…
Hun hun zonden vergeven…
De gevolgen van het kwaad, door hen gedaan, van hen wegnemen…
Hen behoeden en bewaren…
En hun nabij zijn…”
Ik mag dan danken:
Heer, ik dank u voor Uw goedheid…
De vraag die hier rijst, zou kunnen zijn:
Hoe werkt God, aan ons, met ons, door ons, in deze wereld…?
Deze vraag werd al gesteld, waar ik, terwijl ik niet naar hem op weg was gegaan,
maar desondanks wel bij hem werd afgeleverd.
Pal voor zijn deur:
ds. dr. Frank de Graaff.
1984.
Ik was op weg gegaan, naar Wezep, maar ben daar nooit aangekomen…
Ds. De Graaff, liet mij daar weten, hoe God wel zou werken in deze wereld…
Hij wees er daarbij, op, hoe Jacob, eenlijk, op weg in de woestijn, daar moest overnachten…
Hij zocht daar een steen, om zijn hoofd op te leggen…
En had daar een droom…
Engelen zag hij opstijgen, opgaand, naar boven en afdalen weer naar beneden…
Zo nog eens herhaald, mag ook ik mijn gebeden bidden…
Jacob ontving daar de openbaring:
God zelf, JHWH , is hier aanwezig…
Jacob noemde daarom, deze heilige plaats: BETHEL …
Huis van God…
Maar, er is in de loop der eeuwen, zo, nog een uitdrukking,
uitermate helend en verlossend, aan toegevoegd mogen worden…:
Het is daar Jezus geweest.
Jezus mocht daar op Golgotha, van het Romeinse crucifix verstaan,
dat het voor Hem, niet in de eerste plaats, zou zijn, een martelwerktuig…
Nee!
Voor Jezus, Hij was een Jood, mocht dit kruis, zich daar aan Hem openbaren,
sinds het zo al, deze betekenis en deze functie, had mogen ontvangen in de woestijn…
Dit was de woestijn, waarin het volk Israël, als in zijn “baarmoeder”, veertig jaren lang,
zijn wordende weg, een weg van groei, van kiem tot boreling, is mogen gaan…
Dit kruis, als zijnde -de goddelijke uitnodiging- :
“Mijn geliefde Zoon, wil Jij wel verstaan, wat Jou hier gebeurt?
Wil Jij wel bidden, tot Mij, Jouw Vader, hier, op dit Golgotha,
Jouw verhoorde gebed, dat Ik maar wat graag, van Jou wil verhoren…”
Bid en U zal gegeven worden…
De redding van deze hele wereld…
Met alle mensen daarbij…
Op dit geheim, drijft al twintig eeuwen, de hele wereldgeschiedenis…
Hoe lang wilt u nog lijden…?
Levend, Uw eigen oordeel…
Zo, is ook dit, mijn dagelijks werk…
Ik mag zo vragen om heling…
Heb echter niets te claimen…
Waar God heelt, en wil genezen, doet God dat,
op zijn eigen TIJD , en op zijn eigen VOORWAARDEN …
Dit werk, zo door mij, biddend gedaan, wil God graag van mij verhoren…
Zo heeft God mij persoonlijk, mij deze gebeden onderwezen…
Mij daarvoor, ’s nachts, om drie uur in de nacht,
drie weken aaneen, gewekt.
Zo leerde ik dagelijks, steeds weer, een bede erbij…
Zo gaan mijn gebeden, op de wijze, van de Jacobsladder…
Het is hier nu zo ver, dat ik, eerst maar invoeg, de tekst uit mijn vijfde boek, “tekenen”, deel twee:
lees verder: