wetenschap en godsdienst,
wat is daar zo blasfemisch aan?
zelfde pot nat!
In een reeks van zeven boeken beschrijft Sjoerd van Buren
hoe het leven zelf met hem een -weg- is gegaan,
die hem bij zijn persoonlijke identiteit en betekenis heeft gebracht.
Hij opent deze reeks met:
“Trefwoorden bij een merkwaardig geleefd bestaan”
In dit eerste boek passeren ingrijpende ervaringen en belevenissen de revue,
die hem op zijn twee benen zetten, met de boodschap:
Dit ben jij zo, en dit heb jij dus ook maar te zijn…
Het begint met een baan, die hem in een onmogelijke, levensbedreigende,
positie brengt…
Uiteindelijk, jaren later, brengt dit hem tot het inzicht, dat hij hiermee,
mogelijk door een proces van -wedergeboorte- is gegaan.
Zo werd deze baan voor hem nog zijn “wedergeboortekanaal” …
Maar vergis u niet, waar u zelf ook al eens geboren was, kan ook
een wedermaal u blijkbaar nog gebeuren…
Inderdaad:
Wat ik u meld, ervaar ik zelf als exemplarisch…
Het moet gemeld, Sjoerd van Buren is geboren in 1941.
Zijn horoscoop laat zien, dat het vooral de drievoudige conjunctie
van 1940 en 1941 is geweest, die zijn levensschouw het meest nog kenmerkt….
Maar hiermee is het dan nog niet gedaan.
In 1980 is er zo nogmaals een drievoudige conjunctie.
Bij die gelegenheid wekken Jupiter en Saturnus de indruk dat zij
een vermogen aan gaven bij hem open trekken…
Maar wil dat liever niet zien, als resultaat van oorzaak en gevolg.
De planeten manipuleren niet.
Zij wijzen tijd, ware Tijd, meer niet.
Wil het daarom liever zien, als uitdrukking van -kairos- , van een periode van rijping,
die vol kan zijn.
Vol om te oogsten, vol om te plukken, vol om te baren, ook om een nieuwe weg in te slaan…
Zo komen hier, rond 1980 en 1981, onomwonden zijn spirituele merkwaardigheden,
stap voor stap, aan ’t licht.
Ook mag de vraag gesteld:
Wat ging er rond 1940 dan van start…?
Mogelijk was dat het begin van een einde, als naweeën, afrekening van Vissen…
Echter, twee drievoudige conjuncties in één en dezelfde eeuw, zijn uiterst zeldzaam.
Zij tonen zich, getwee, slechts eenmaal in de duizend jaar…
In boek zeven, “epilogen”, zal hier nader op worden ingegaan.
Dan is hij op bezoek, in Schalkwijk aan de Lek en roept daar:
“Ik zie hier allemaal lichtende banen door het huis lopen.
Ik denk dat hier familie van mij moet hebben gewoond.”
Hij krijgt gelijk.
Van 1525 tot 1575 hebben daar in dat huis, een ridderhofstee, Vuylcoop genaamd,
Van Burens (ja, van naam) gewoond.
Zo wordt hem met dit eerste stapje al duidelijk gemaakt, wie hij zou kunnen zijn, of worden.
Het leven vervolgt zijn gaan met hem.
Er verschijnt een krantenartikel, paginagroot.
Dit artikel gaat over Lyade van Hoornchem, alias.
Hij begrijpt uit dit artikel, dat Lyade hem mogelijk kan helpen,
een oplossing te vinden uit de benarde positie van zijn baan.
Hij probeert haar telefoonnummer op te vragen via 008.
Maar blijkbaar staat zij in de krant, met haar meisjesnaam.
Het levert hem het advies op, dan zelf maar naar de krant te bellen…
Echter wat er dan gebeurt, maakt het voorlopig overbodig,
haar nummer nog te draaien.
Hij ontmoet haar namelijk in een droom…
Hier lijkt er zo inmiddels al sprake van te zijn, dat er gaven aan hem worden ontwikkeld,
als is hij een knop, die open gaat…
Eén ding is duidelijk.
Hij krijgt die gaven niet, omdat zij wel leuk, of onderhoudend, interessant,
zouden kunnen zijn.
In geen geval!
Deze gaven blijken bindend…
Ook heeft hij een eed ervoor gedaan…
Lyade met haar vriend, later wordt hij haar man, organiseren workshops…
Balthus krijgt het advies daar in te participeren.
U moet nog weten:
In de boeken heet Sjoerd, Balthus.
Balthus van Wijnsburg.
Zo komt hij daar voorbij in de derde persoon.
Van Buren heeft namelijk een fictieve schrijver opgeroepen,
als vriend van Balthus, die hij het verhaal laat schrijven:
Michiel van Marssum.
De eerste workshop gaat over alpha-training.
Afdalen in je bewustzijn, tot het niveau van de dromen.
Vanuit die situatie kun je je toeleggen op de inzichten,
waar -intuïtie- toegang toe verschaft.
Een oefening in waarnemen moet het zo zijn.
Als boven-rationeel, of onder-rationeel waarnemen…
Het werkt bevrijdend.
De volgende workshop wordt besteed aan teruggaan naar vorige levens.
Balthus beleeft daar zo een heftige emotie, die in geen geval gespeeld,
of gemanipuleerd kan zijn.
Alweer een element, dat ernstig wil worden genomen.
Er overlijdt een vriend van Balthus…
Echter op de begrafenis neemt deze overleden vriend bezit van hem…
Ook dat is een ervaring, die niet onopgemerkt voorbij kan gaan.
Dan spreekt hij Lyade over deze ervaring.
Hij krijgt voorzeggingen van haar mee:
Er zal ook nog een andere vriend van hem overlijden,
maar de nieuwe geboorte van deze vriend,
daarvan zal hij dan ook nog de getuige zijn…
Het is een Goede Vrijdag, als Balthus op kraamvisite komt.
Deze vriend is nu een meisje…
Nog eens zoveel heftiger, krijgt hij van haar terug,
wat zij helderhorend uit zijn eigen mond zal hebben verstaan:
“Maar je zult ook ontslag moeten nemen. Anders ga je dood.”
Dan gebeurt het hem, enkele maanden later, dat hij zeven nachten lang
dwars door zijn matras heen zweet.
Hij heeft om de beurt een matras te drogen staan, tegen de verwarming.
De dokter moet wel even kijken wat het is.
Enkele druppeltjes bloed, opgelost in kopervitriool, waarin rechtop een stukje vloeipapier wordt gezet, geven een diagnostisch beeld.
Capillair trekken namelijk de dunnere bestanddelen van de oplossing hoger op.
Carcinome tendenzen in het onderlichaam, is de diagnose…
Een Iscador-kuur , gedurende drie jaren, zal hem kunnen helpen.
Tevens krijgt hij het advies, zo kunstzinnig mogelijk bezig te gaan.
Hij komt er, enkele jaren later, nog mee op de kunstacademie terecht…
In januari van 1983, verblijft hij in de ziektewet.
Hij gaat in retraite, tien dagen.
De Slangenburg, nabij Doetinchem, is zijn adres.
Maar ook het zweten begint daar nog eens opnieuw.
Hij moet het bed uit, kleren wassen, drogen, schone kleren aan.
Tevens krijgt hij daar een visioen.
De volgende dag en ook de derde dag is het nog niet weg.
Wat ziet hij?
Er staan drie kisten opgesteld.
Hij kan er tussendoor en omheen lopen.
Zijn vrouw en zijn twee kinderen liggen daar zo opgebaard.
Dan gebeurt hem, wat eigenlijk niet kan.
Hij zit op de derde dag, een vrijdag, om half tien in de kerk.
Hij beleeft het zo:
De deur vliegt open en zijn dochter van zeven, Zaphira, stuift de kerk binnen en roept:
Papa!
Het schalt door de hele kerk…
Balthus zal haar kalmeren, want dit kan hier zomaar niet.
Maar er is geen Zaphira!
Balthus beseft opslag, dat hij zo een hallucinatie heeft beleefd…
Enkele maanden later neemt hij inderdaad ontslag.
Op Witte Donderdag…
De hele familie staat op zijn kop.
De donderdag na Pasen is hij bij zijn huisarts, die hem een uur laat wachten,
in een aparte kamer.
Dan komt hij binnen en zegt Balthus, dat hij zijn ontslagname weer in moet trekken.
Balthus schouwt de boodschap en ziet in, dat dat nu maar de volgende stap moet zijn.
Een dag later komen zijn vrouw en zijn twee dochtertjes weer thuis,
van zo lang en zo ver mogelijk weg te zijn geweest van de plek des onheils.
Balthus’ vrouw moet hem iets laten weten:
“De kinderen maakten ruzie in de auto, onderweg.
Raakten zozeer overstuur, dat ik niet door kon rijden.
Op de vluchtstrook heb ik de auto stop gezet…”
Als reactie hierop ziet Balthus nogmaals zijn hallucinatie voorbij komen.
Maar dat is dan ook wel voor ’t laatst…
Tenslotte, na drie jaar Iscador te hebben geprikt, rond zijn navel, ontwaakt hij met een droom.
Deze zegt hem, dat hij naar zijn klooster dient te gaan.
Daar krijgt hij de aanwijzing dat hij zijn zonden moet belijden:
“Wie zich voor God niet verantwoordt, kan niet leven…”
Balthus belijdt zijn zonden, buitenkerkelijk als hij daar is.
Het voelt, alsof er een put moet worden geruimd, hij huilt en schokt over zijn hele lichaam.
Het is hierbij, alsof er ook een steen gerukt wordt, uit zijn buik…
Dat mocht daar dan blijkbaar de kanker zijn geweest.
In één dag weg…!
Niets te sterven nog, in 1985…!
Hier zijn wij pas beland op pagina 64 van “Trefwoorden”.
De overige 100 pagina’s gaat het zo nog even door…
Het hier geschilderde palet aan gaven,
is vervolgens bindend en bepalend voor hoe hij het leven tegemoet treedt.
Niet alleen met andere ogen, maar ook, als een volkomen ander mens.
Zo kan men voortgaan en het vervolg gaan lezen.
Geschreven als romans.
Vijf boeken.
“Rémy”, deel één en twee.
Het tijdsbestek waarin dit speelt, loopt van februari 1996 tot november van dat jaar.
Daarna volgt “tekenen” , deel één, deel twee en drie.
Handelend over een zestal maanden,
tussen kerst 1996 en pinksteren 1997…
Het leven zelf komt daar voorbij.
Heftig, als een geleefde openbaring…
Maar in een roman kunnen nu eenmaal niet alle
achterliggende motieven ook worden geduid en nader nog verklaard.
Vandaar dat er nog een heel boek vol “epilogen” zal moeten komen,
waarin wordt uiteengezet, wat voor Balthus wel zijn verborgen agenda kan zijn geweest.
Zijn agenda, van wie hij is, en anders niet kan zijn.
Wel komt de engel daar ook nog ter sprake…
Blijkbaar zijn er krachten werkzaam, die buiten tijd en ruimte hun oorsprong hebben.
Balthus heeft er ervaring mee opgedaan.
Het komt hem zo voor, als moet inductie uit eenzelfde aard en werkwijze bestaan,
als inspiratie.
Zo komt dan de engel even langs, brengt een magnetisch veldje met zich mee en induceert hem zo zijn inspiratie…
Wel dient men zich daarbij te realiseren, dat er zo wel duizend verschillende niveaus van inspiratie kunnen zijn.
Waar de hoogste toppen zich in nevelen verhullen,
kunnen lagere goden wel voorzien in lager garnituur van inspiratie,
herkenbaar aan zweet, dat daarbij gutsend wordt geproduceerd.
Maar zo zal ook ons idee van tijd,
nog op zijn plaats terug kunnen worden gezet…
Deze is namelijk slechts een afgeleide.
Onze klok is losgemaakt, als willekeurig, van goddelijke tijd…
Zo leven wij in onze “eigen” tijd,
echter wel als vrucht van heling…
Nu kunnen we alles zelf.
Zelfs doodgaan, op recept…
Te sterven, kun je zo maar beter dan vergeten…!
Echter, geboren worden en kunnen sterven,
is aan ons niet voorbehouden.
Gaat dat dan over zin gegeven krijgen en leven tot betekenis?
Te mogen sterven, betekent dat dan, te zijn gekomen bij vervulling van een werkelijk geleefd bestaan?
Doodgaan?
Dat kon altijd al wel…
Zelfs naar uw believen…
Wetenschap en godsdienst, wat is daar zo blasfemisch aan?
Absolute tijd is van een andere Oorsprong, namelijk.
Onverwijld, geldt die ook nog steeds voor ons, borelingen zijnde…
Hoe raakten wij de weg ook alweer kwijt…?
Absolute tijd is voorhanden in muziek.
Het brengt u tot u zelf.
Zuiverheid van toon en trefzekerheid van rithme,
in reine cadans…
Niet hoe het hoort, maar hoe het luistert…
Zolang wij nog doof zijn, horen wij het niet…
Sjoerd van Buren, doctor Anders…
Tot slot, niet overbodig, de vraag hier nog beantwoord…
Is er een God?
Ooit zonder mens…?
Geloof het niet.
Onafscheidelijk zijn zij beide…
Ecce homo, zie hier, de mens.
Als tegenbeeld,
daar tegenover,
God als zijn quintessence…
Geen humanum denkbaar, zonder God…
Wat ons goddeloos dan rest, is beestigheid…
Daarom nog even:
Ik stel hier voor:
blasfemie te willen verstaan
als -verontmenselijkende-
godslastering…
Geen God zelfs,
zonder waarlijk mens…!
wetenschap en godsdienst,
wat is daar zo blasfemisch aan?
zelfde pot nat!
Nog anders, eens onder woorden gebracht:
Wie is de mens?
Waagt hij, het wel te zijn…?
Of neemt hij cynisch genoegen…,
met een schooiersbestaan…?
Sinds waar en wanneer, laat de mens,
als ″het verschijnsel mens″ zich afschepen,
met een kwalificatie, die hem,
al te beperkt, naar het schellinkje verwijst…
Waar hij het daar dan maar moet doen,
met veroordeeld te zijn, tot een bestaan,
niet herkend, niet erkend, miskend,
ongezien, hier zijn oordeel te leven…
Zich er maar tevreden mee te moeten stellen, als in een blinde vlek, onopgemerkt,
als verguisd, door ″weters″ , ″manipulators″ , die hem als, vermeend, ″geleerd″ ,
goddeloos, wisten te maken…
Volkomen onterfd…
Hun blinde concept, ″opvatting″ , meer niet…, van wat hij zou zijn, als uitkomst,
van slechts, een rekensom…
Als voor hem uitgeteld…!
Een mens, is toch geen ding!
Sinds wanneer neemt hij er genoegen mee,
zo, hier zijn oordeel te leven, als doof,
voor zijn roeping…!
Zo zal voor hem het wachten nog zijn,
op een klap voor zijn kop!
Wakker worden!
Op je poten te gaan staan,
zal pas de uiteindelijke oplossing hier zijn.
Mens…, mens!
Wees weer, ook de ZIEL …!
Die Gij zijt…
God is geen sukkel…!
Als je dat zou denken…,
zul je die zelf wel moeten zijn…
De onbeholpenheid, zelve…!
Desondanks, toch nog wel van God los…?
Ja natuurlijk…!
Een drieletterwoord van Hem gemaakt…!
Kan anders niet zijn, dan onze, eigen,
“gelovige” , prestatie…!
Hoepel op!
Hoe God het vervolgens met je gaat doen…?
Vraag hem om zijn erfenis…
Je weet niet wat dat dan is…
Ga je, als Verloren Zoon, Verloren Dochter,
Zijn laan uit…
Hang je tenslotte, met je snuit, boven de varkenstrog…
Krijg je daar je laatste vergezicht…:
Had ik dan, nog ook, een Vader, Thuis…?
Waddagje…!
Dus ga je voor het laatst, nog eens weer op weg…
Is zelfs God, zelf, nog wel zo gek,
dat Hij , als geschonden slachtoffer,
langs de weg gaat liggen…
Kom jij daar niet als BIDDER voorbij…!
Niet, als gelovige van geboorte,
in de tekst heet hij daar de Jood…,
en al evenmin,
als van beroep, de gelovige, de Leviet…
Nee…!
Jij mag je daar dan
ONTPOPPEN als de DOENER !
Jij word daar dan,
de barmhartige SAMARITAAN …
Zo breng je dan God zelf weer Thuis…
Brengt Hem eerst onderdak, in de Herberg…
Neemt zijn gelag voor je rekening…
God zelf zal het je daar laten weten…:
Als antwoord, ook in de tekst nog vermeld…, op de vraag:
Wie van deze drie, is hier dan, wel…,
uw Naaste geweest…?
Jij mag het nu zelf gaan zeggen…
Terwijl voor jou al wordt geslacht,
HET BESTE KALF …
Na deze hele operatie, als is het
een WEDERGEBOORTE geweest,
zul je God hebben leren kennen,
als is Hij ook, een ROMANCIER …
Altijd al, deed Hij dat zo:
Hij schreef met jou, in dit aardse zand,
jouw leven…
Zo, was je altijd al geweest, in zijn Hand,
de veder…
Maar tenslotte, lig jij zo goed in zijn Hand,
dat Hij nog wel een paar boeken, extra,
met je zal willen schrijven…!