
van de komende dag, het klare licht…
veel lager, aan de horizon,
heeft ook, blozend nog,
het eerste ochtendgloren, zich gemeld…
beste mensen…
in English as well: “dear folks” …
Ik ben Sjoerd van Buren,
geboren te Sneek,
op 30 april 1941.
Na mijn afstuderen in de theologie, Groningen 1976,
ben ik vervolgens twintig jaar buitenkerkelijk geweest…
Ik bleek namelijk met mijn theologie-studie nog lang niet compleet te zijn,
waar de kerk mij niet meer dan een flauw afschijnsel wist te bieden,
van een nauwelijks aanwezige God…
Zo ben ik op zoek gegaan, naar wat ik heb genoemd:
“een wolkje, als eens mans hand”…
Sinds 1997 ben ik weer terug in de kerk.
Dit terugkomen mocht ik in 1984 al aankondigen met:
“Als ik geroepen word, ben ik er binnen een dag.”
Toch heeft dit terugkomen geen enkele zin gehad…
Ik meen daarom, dat ik u maar beter verslag moet doen,
van mijn merkwaardig geleefd bestaan,
waarin ik zelf, persoonlijk, mijn goddelijk avontuur,
heb mogen ondergaan en werkelijk beleven…!
Bovendien heb ik een boodschap meegekregen,
die ik in de wereld bekend dien te maken:
Namelijk:
Het Watermantijdperk heeft een aanvang genomen.
Dit is mij destijds, door middel van een voorzegging, kenbaar gemaakt in 1980.
Natuurlijk moest deze boodschap eerst nog wel inhoud en betekenis krijgen.
Zo heb ik dan al meer dan dertig jaar met deze voorzegging mogen leven.
Blijkbaar moest ik er ook eerst zelf al helemaal doorheen zijn geleefd, waardoor mij duidelijk kon worden, wat deze boodschap dan wel mag inhouden.
Nader gepreciseerd, is het ook een proces van -wedergeboorte- geworden.
Maar wie de bijbel kent, mag wel weten, dat dit begrip al tweeduizend jaar in omloop is…
Desondanks is het wel denkbaar, dat de komende tweeduizend jaren van Waterman bedoeld zijn, om ons die wedergeboorte eindelijk deelachtig te maken…
U hoeft het niet te geloven.
Mogelijk kunt u het ook niet geloven, maar de boodschap is dan wel, dat u het ooit zelf zult kunnen gaan zien…
Duidelijk mag wel zijn, dat een wedergeboorte, als waar ik doorheen heb mogen gaan, mijn oriëntatie op het gegeven godsdienst, grondig heeft gewijzigd…
Maar dat gaat dan vooral, over wat wij de laatste twee-, drieduizend jaren van godsdienst hebben gemaakt.
Overigens hiermee ben ik, tot mijn verrassing, dan ook al in zeer goed gezelschap geraakt.
Het is namelijk Karl Barth, theoloog en predikant, die al waagde te constateren:
“Religion ist Unglaube.”
Met andere woorden:
Ook religies kunnen wel kwalijke kwalen onder de leden hebben…
Echter…, hoe ernstig valt het te nemen?
Bedenk maar even, dat hiermee in Europa al een begin kan zijn gemaakt, waar de vers bekeerde heidenen, in de vierde en vijfde eeuw, in hun heidens enthousiasme, het christendom, tot staatsgodsdienst hebben verheven…
Dit kon daar gebeuren bij gelegenheid van het uiteenvallen van het Romeinse Rijk…
Talloze patriciërs werden ineens overvallen door een overmaat aan vacatures en ledige vrije tijd…
Maar er was ook al veel eerder, met Paulus en Petrus, een heel ander christendom naar Rome gekomen, waardoor, vooral de slaven en de soldaten van lagere rang, zich voelden aangesproken…
In de vijfde eeuw werd er van dikker hout gezaagd…
Met als consequentie daarvan, volgens Romeins recept:
Iedereen gelovig.
En wat dan nu?
Iedereen zijn buik er vol van?
Ja, maar geboren worden, doe je dan ook niet met z’n allen…
Zo blijkt godsdienst, tenslotte, nogal, als een horizontaal geloofsbedrijf te kunnen uitpakken.
Het kan zo zelfs terugvallen op “aannamegeloof”, voor tussen de oren, of nog enkele stappen verder afgekalfd, tot een grenzeloos “ietsisme”.
Maar dan kan godsdienst zich mogelijk ook nog wel voordoen als folklore, terugvallend op tribalistische sentimenten, die hier en daar pandemische trekken willen aannemen…
Ik zou bijna denken, dat de kerk wel ook een baarmoeder lijkt…
Is daar dan ooit iemand in teruggekeerd?
Nee, de boodschap is een volkomen andere:
God is zo werelds als wat en Hij heeft werk liggen, dat zonder al te veel gelovige poespas, graag gedaan wil worden.
Maar daar durven wij blijkbaar niet aan.
We scharrelen er omheen en zoeken naarstig naar compromissen, waardoor er half werk wordt afgeleverd…
Let wel, ik kan mij voorstellen, dat velen de schrik om het hart slaat, als nu zou blijken, dat wij honderdmaal nauwkeuriger langs de lijntjes zouden moeten lopen…
Maar daar heb ik dan weer helemaal niets van gemerkt.
Het gaat niet om meer.
Maar wel om: ANDERS …
God is in geen enkel opzicht een moralist.
Ga er maar vanuit, dat juist de religie dat van Hem heeft willen maken.
Ik vrees dat wij, altijd al, daarin te zeer Xenophanes hebben gevolgd, zonder het door te hebben.
Xenophanes stelde, dat als de dieren ook handen zouden hebben gehad, zij al net zo voor zichzelf godsbeelden zouden maken, naar hun eigen aard en gestalte…
Maar dieren zijn geen moralist…
Echter, godsdienst is geen kinderspeelgoed.
Vergeet het maar!
God houdt van ondeugende mensen.
Die krijgen namelijk nog eens iets voor elkaar.
Brave gelovigen die hun neus achterna lopen te bidden, laten het slachtoffer liggen, waar de Samaritaan, als verachte niet-Jood, deze verzorgt en onderdak brengt…
Dominee F. De Graaff , te Hattem, gaf het mij destijds zo weer:
“Mijnheer Van Buren, wij zijn al wel gekerstend, maar wij zijn nog niet bekeerd.”
Helaas zijn hier wel weer zoveel misverstanden in het spel, dat het begrip bekering,
de meeste mensen volkomen op het verkeerde been zal kunnen zetten.
Het zal althans niet kunnen betekenen:
Nog eens weer opnieuw godsdienstig worden…
Hoepel op!
In principe mag bekering wel zijn, een proces van wording, genese, schepping dan ook,
dat ons als volkomen nieuw, vestigt in ons persoonlijk fundament.
Hierin ligt de kern van onze hedendaagse identiteitscrisis.
Echter, als het hier zo onder woorden mag worden gebracht, als schepping en genese,
dan zal dit persoonlijk fundament, bij voorkeur, van goddelijke oorsprong kunnen zijn…
Echter, in hoeverre dit fundament dan ook godsdienstig zou zijn, in de zin, waarop godsdiensten zich manifesteren, lijkt mij zeer twijfelachtig.
Nee, de kerken zijn, met Nietzsche, allang tot de spelonken en graven van de gestorven God verworden.
“Und wir haben Ihn getötet…”
Dat kan betekenen, dat wij God hebben dood geloofd…
Toch, zelfs deze zinsneden zijn ook de bijbel al niet vreemd…
Mogelijk is de bijbel wel het boek, dat juist in -godsdienstkritiek- ,
het meest nog uitblinkt…
Voor mij werd mijn wedergeboorte-gebeuren evident, toen ik op Paaszondag 1997,
( “tekenen”, deel drie ), als apotheose,
van tien weken een engel om mij heen te hebben gehad, de boodschap kreeg,
dat ik eerst nog even moest gaan douchen.
Echter, vervolgens werd mij niet de tijd nog gegeven, mij voldoende af te drogen, want er werd mij “in de Geest” duidelijk gemaakt, dat ik zo, zoals mij dat ook ooit was voorzegd, in mijn blote blootje, voor de tafel diende te verschijnen, die ik enkele weken daarvoor had ingericht.

Ik mocht hier beseffen dat ik werd gedoopt met vuur en bovendien dat ik, letterlijk,
“nog niet droog was, achter mijn oren”…
Ook vielen hier Pasen en Pinksteren voor mij op één en dezelfde dag…
Wel een verhaal apart, dat hier even opzij wordt gezet.
Blijkbaar zijn de ervaringen, die ik zo beschrijf, al veel langer niet meer wereldvreemd…
Zo te zien, hebben zij zich al heel lang geleden een plaatsje verzekerd in ons spreekwoordenboek…
Maar hierbij dien ik dan ook een andere bijzondere gebeurtenis te vermelden:
Namelijk, dat ik een week voordien, op Palmzondag (ook “tekenen”, deel drie), ook al deelgenoot werd in een geweldige ervaring:
In mijn zondagse pak werd ik gedoopt met water.
Ik stond midden in een muur van water, twee meter hoog en acht meter lang…
Een vrolijke automobilist kon het blijkbaar niet laten, even door een plas water te rijden, van de gegeven lengte.
Maar dat deed hij natuurlijk niet helemaal zelf, op eigen houtje.
Het zal hem wel “overkomen” zijn…
Mijn conclusie:
Ga kerkgangers natspatten!
Zo zul je dan ook ooit zelf nog eens betrokken raken in Gods grote verhaal.
Want die automobilist, zal het te zijner tijd ook absoluut even niet droog weten te houden!
Zie het maar als een onmetelijke geste van genade:
Zo zal hij zichzelf, ooit nog eens kletsnat voor zijn eigen kiezen krijgen…
En hoe kon het mij dan zo wel overkomen…?
Wie weet…!
Hoofdletter…!
W !
Ha, ha…!
Jazeker, er is ook sturing in deze wereld…
Zelfs door een plas water…!
Of door een Schelfzee…
Hoe zat het ook alweer?
Doopte God daar de Farao, in zijn sterf-bedding…?
Met zijn hele leger?
Een zee op de landkaart?
Een handje vol water…
Uit Gods eigen hand…
Een kleine tweeduizend jaar later, werd Constantijn, ja, die van het hobbelpaard, tenslotte nog gedoopt, op zijn, sterf-bed…
God is geen sukkel!
En Hij heeft een weergaloze humor.
Je hoort Hem lachen van de einden der aarde, tot ver voorbij de grenzen van dit hele heelal…
Twaalf jaar voor deze gebeurtenissen, ben ik in een, meer, of minder, psychotische bui, op weg geweest naar Wezep.
Maar ben daar nooit aangekomen.
Ik kwam in Hattem terecht, bij ds. dr. F. de Graaff.
Ik vond dat ik met mijn psychotisch gedoe maar beter niet het stadje in moest gaan.
Er kwam een fietser.
Ik sprong uit mijn auto en vroeg hem:
“Kunt u mij misschien zeggen, waar dominee De Graaff zou wonen?”
Het antwoord was goddelijk simpel, maar meteen ook wel raak, precies in de roos:
“Jazeker, dat kan ik, maar u bent er al.
U hoeft zich alleen maar even om te draaien, want u staat hier voor zijn huis.”
Mag ook dat misschien wel sturing heten?
Uit de mond van deze dominee ontving ik mijn consignes voor de rest van mijn leven.
U moet nog weten, dat wij daar, allebei als helderhorend, bij elkaar waren.
Dat betekent dat er mededelingen werden uitgewisseld, die als boodschappen van hogerhand werden doorgegeven.
Zo stelde ds. De Graaff mij de vraag, of ik wel wist wat een ingewijde is.
Hij gaf zelf het antwoord:
Een ingewijde, mijnheer Van Buren, is iemand die de tekenen Gods verstaat, en daar adequaat naar weet te handelen…
Dit was hier voor mij een impliciete mededeling, aangezien dit op mijzelf ook reeds van toepassing was.
Er was zo dan ook sprake van “van hetzelfde laken, een pak”.
Namelijk niet alleen, dat ik psychotisch zou zijn, maar vooral, dat dit bovendien ook een inwijding was…
Zo zijn mij de afgelopen jaren ettelijke ervaringen overkomen, die tegenwoordig maar liever, als toevalstreffers kunnen worden benoemd, dan als wonderen.
Maar dat ik ook een engel, of misschien soms wel enige meer, om mij heen heb, kan ik zelf, persoonlijk, allang niet meer ontkennen.
Het zij zo.
Ds. De Graaff liet mij bovendien weten, dat ik misschien wel een gebedsgenezer zou mogen worden…
Ik reageerde nogal geschrokken.
Mijn rug en mijn tenen kromden zich tot het uiterste…
Een modelchristen worden, zeker…
Maar dat zag ik niet zitten!
Gelukkig is het ook dat niet geworden.
Eigenlijk mag ik wel zeggen, dat dit mij zo heeft kunnen gebeuren, door vooral, mij, met nog meer ernst, op de ontwikkeling van mijn persoonlijke identiteit te gaan richten:
Wie ben ik?
Wie wil ik zijn?
Waar wil ik staan?
Sinds 1997 doe ik zo tweemaal per dag mijn gebeden.
Een honderdtal mensen komt daarin voorbij.
Het overgrote deel weet hier echter niet van.
Het zou de mogelijke heling eerder nog kunnen belemmeren…
Er zijn te veel ongerijmde verwachtingen bij de mensen, voor wie dit een gesloten wereld is gebleven, of geworden…
Maar ook lekengodsdienstigen, en niet alleen zij, willen wel graag hun geloof, van een teveel aan opsmuk voorzien…
Nee, wat hier gebeurt, ligt in het kleine.
Ik heb hierbij tenslotte mogen leren, dat dit dan ook geen sinecure is.
Pas na zestien jaren dit werk te hebben gedaan, ben ik ook werkelijk kunnen gaan zien, dat er vertrouwenwekkende resultaten zichtbaar werden…
Laten we zeggen, dat ik in die eerste zestien jaren aan een opgave heb mogen werken, mogelijk als aan een “werkstuk”.
Er is een jongeman, die ooit begon met mijn auto te stelen.
Ik heb hem, na hem eerst al zestien maanden onder mijn hoede te hebben gehad, aangenomen als mijn zoon.
Echter, zestien volle jaren later, was hij zover, dat hij in het huwelijk kon treden.
Maar ook voor mijzelf waren deze zelfde zestien jaren, bepalend voor de ontwikkeling van mijn eigen gaven.
Niet zozeer dat het vreselijk hard werken was…
Eerder was het vooral:
Kunnen geloven ( is: vertrouwen ), in de uitkomst van het werk aan hem gedaan.
Desondanks, dat ook zestien jaar lang vol te kunnen houden, zullen sommigen nog wel als heel zwaar werk willen zien…
Maar hij was wel ook een draaideurcrimineel…
De politie hield mij een keer staande, en informeerde hoe het met hem ging.
Mijn antwoord was: “Uitstekend.
Hij groeit een millimeter per dag…!”
Maar wat ik dan hier geloven heb genoemd, is wel heel wat anders, dan iets voor tussen de oren, dat men “gelooft”, omdat het niet te snappen valt…
Ik denk hier aan verifiëren…
Meestal gebruiken wij dat werkwoord, om daarmee te zeggen dat wij iets willen navlooien, om te kijken of het wel klopt.
Maar hier moet u het maar beter lezen, in zijn ware betekenis.
Veri-fiëren is werkelijk een echt werk-woord.
In de betekenis van:
Waar maken, of, Waar doen zijn…
Voor mij is dat:
Het ongelooflijke, scheppend, tot stand doen komen.
Zo zou geloof ooit nog wel eens handen en voeten kunnen krijgen…
Alstublieft.
Ook u bent bijna goddelijk gemaakt…
Als je het maar weet…!
Desondanks, heb ik hierin, als het gaat om mijn gebed om heling, natuurlijk niets te claimen.
En jawel, zo zijn er nog veel meer merkwaardige feiten gepasseerd.
Ik kwam in contact met een spiritueel begaafde vrouw, door middel van een paginagroot krantenartikel, in een zaterdags augustusnummer, van de Leeuwarder Courant.
Dat was in 1979.
Maar er gebeurde mij vervolgens iets, met nog eens veel meer betekenis…:
De eerste ontmoeting die ik met haar had, gebeurde mij in een droom…
In die droom kreeg ik zelfs post-hypnotische suggesties van haar mee…
In de gesprekken die daar op volgden, heeft zij mij voorzeggingen gedaan.
Dat betekent dat zij helderhorend, uit mijn eigen mond boodschappen verstond, die ik zo van haar terug kreeg.
Voorzeggingen die ik van haar mee kreeg, waren onder andere:
Je zult ooit iemand aannemen, als je zoon.
Zij had ook zelf ooit een meisje als haar dochter aangenomen…
Dit was dus eigenlijk een -estafettestokje- , dat zij aan mij doorgaf.
Ook zei zij mij, dat ik naar de officier van justitie zou gaan,
en dat ik naar de gevangenis zou gaan…
Zo heb ik mijzelf tweemaal aangegeven bij de officier van justitie.
De eerste maal, dat ik met de officier een gesprek mocht hebben,
besloot zij dit gesprek met de opmerking, dat ik voor rechter moest gaan studeren…
Deze o.v.j. was een mevrouw.
De tweede maal, besloot de officier het gesprek met:
Mijnheer Van Buren, ik zal u uitlaten.
En ik was uitgelaten…
De gevangenis heb ik op onnavolgbare wijze, letterlijk, ooit links mogen laten liggen, maar ben daar dan vervolgens nog wel vijftigmaal op bezoek geweest…
Zo heb ik al vijf gevangenissen van binnen mogen zien!
Maar mij zelf aangeven bij de officier van justitie, bleek bovendien nog onlosmakelijk verbonden te zijn met, ook nog voor de hoogste Rechter dienen te verschijnen.
Eén, of twee dagen later, of eerder, kreeg ik zo een ingeving, of aanwijzing, die mij aanspoorde te biecht te gaan.
Maar daarna gebeurde het mij vervolgens, dat ik, als een sprookjesfiguur, als in een gouden regen, onder genade werd bedolven.
Deze genade ligt, kant en klaar, ook voor u, al eeuwen op u te wachten.
Zo ontving ik de godsspraken aan Salomo, met een tussentijd van twaalf jaren…
Dat het er twee waren, wist ik ook niet.
Ik zag mijn bijbel liggen, zomaar in mijn kamer, en dacht, volkomen zonder besef, dat ik hem ergens anders neer zou leggen.
Maar toen ik hem in mijn hand had, werd er innerlijk gezegd:
“Maar je moet wel eerst even lezen.”
“Tolle lege…”
Zo mocht dit ook Aurelius Augustinus al ooit overkomen…!
Ik mag hier ook uit verstaan, dat het God zelf is geweest, die mijn bijbel op een andere plaats in mijn leven heeft willen leggen…
In een volkomen blinde greep opende ik het Boek, en kreeg, wat je ook een orakel zou kunnen noemen:
“En God zei tegen Salomo:
Omdat gij voor u geen lang leven hebt gevraagd, geen rijkdom,
en ook niet het leven uwer vijanden,
maar inzicht hebt gevraagd om een rechtszaak te kunnen horen;
zie, Ik doe naar uw woord;
zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart,
zodat uws gelijke vóór u niet geweest is, noch na u zal opstaan.
Daarop ontwaakte Salomo, en zie,
het was een droom.”
Twaalf jaren later, ontving ik, onder vergelijkbare omstandigheden, de tweede godsspraak aan Salomo:
“Salomo, gij hebt mij een Huis gebouwd en mijn ogen en mijn hart zullen daar voor altijd zijn.
En bovendien,
het zal u niet ontbreken aan een zoon op uw troon…”
In mijn reactie daarop, riep ik:
“Maar ik heb helemaal geen zoon!”
Toch werd hier binnen een week al in voorzien:
Mijn jongeman, begonnen met mijn auto te stelen, zat eindelijk in de gevangenis en schreef mij daar een brief, met als aanhef:
“Aan Sjoerd mijn Vader”
Zo heb ik hem als mijn zoon mogen aannemen.
Niet alleen vanwege negen betekenisvolle maanden, sinds hij met 130 km. over de kop was geslagen.
Ook vanwege de hoofdletter…
Maar dan, de andere boodschap van deze godsspraak:
“Gij hebt mij een Huis gebouwd, en mijn ogen en mijn hart zullen daar voor altijd zijn…”
Zo mag ik een gebedsgenezer zijn…
Sjechina.
Is Inwoning Gods…
Er zijn nog data, die rijmen:
4 Oktober 1995, mijn auto gestolen.
4 Mei 1996, mijn jongeman, met 130 km. over de kop, met alweer,
een gestolen auto, terwijl de politie hem op de hielen zat.
Wat wel ook mag betekenen,
dat de beëdigde getuigen er prompt bij werden geleverd…!
Op de dag af, negen maanden later:
4 Februari 1997, mijn jongeman, aangenomen als mijn zoon.
4 November 1997, mijn jongeman, hier beneden, voor de flat, gearresteerd.
In juni 1997, zou hij, na zijn detox, naar de kliniek gaan, om af te kicken.
Hij werd daar geconfronteerd met, onzinnig genoeg, een stukje groentijd.
Hij voelde zich nogal vernederd en sprong er voor weg.
In de consternatie, liep ik, als een kip zonder kop, op de wal heen en weer,
met de brandende vraag:
Dat ik mij toch, niet een eendenkuiken had uitgebroed!
Echter, daar speelde zowaar een sprookje door mijn hoofd,
terwijl ik onderweg was naar mijn klooster:
De wolf had deze keer zijn poot gewit in de heroïne…
Hij klopte bij de zeven geitjes aan en hem werd open gedaan.
Zes geitjes werden verorberd, maar het zevende geitje, daar kon hij niet bij!
Het zat in de klok, waar het tikt.
Zo had ik dan een geitje in mijn hart…
En Wie zou God dan kunnen zijn, in dit hele verhaal?
Hij is ons veel te groot!
Zelfs voor de wetenschappers, die een beetje in zijn natuurkundeboek zitten te vlooien en daar allerlei relaties ontdekken, waarvoor zij de Nobelprijs verlangen te ontvangen…
Dertien, komma acht miljard lichtjaren, na dato…!
Hun werk is een afgeleide.
Secondair.
Nabouwen…
Was ooit nog een woord uit mijn kinder-vocabulair…
Laten we ons maar even de vraag stellen, wat er al aan vooraf is kunnen gaan,
eer er ooit een oerknal mogelijk kon zijn…
Toch zou het ook wel eens een weergaloze manifestatie van vreugde kunnen zijn geweest…!
God uit zijn dak!
Wie iets van wiskunde snapt, mag wel weten dat de principes van wiskunde, al pre-existent, moeten hebben gegolden.
Maar dan ook de formules van de natuurkunde, de scheikunde en bovendien de harmonieleer van de muziek, enzovoort…
Zonder natuurkunde kan er zelfs geen oerknal zijn geweest.
In al die formules komt een is-teken voor: =
dat telkens weer verklaart hoeveel samenhang er wel bestaat, in het totaal van dit heelal.
Bovendien geven zwaartekracht en snelheid:
rondgaande, tollende, bewegingen, die onvoorstelbaar duurzaam zijn…
Alles wentelt om een as, als eeuwig, omdat het anders niet kan zijn…, nimmer…!
Dan dondert alles in elkaar…
Overigens, waar hoor je ooit een knal, als er ook al geen lucht nog aanwezig is?
Deze God is als de projectorlamp in een projector.
Wij moeten wel godsbeelden maken, als dia’s, en die er vooral voor plaatsen,
om het Licht te temperen…
Anderen trekken liever de stekker er al uit…
Maar God kan het ook anders nog aanpakken:
Hij kan ook zelf ons in Zijn sleetje zetten, en Zijn Licht door ons heen laten schijnen…
Dat heeft Hij zeker met Jezus van Nazareth zo gedaan.
Maar ook alle andere grote namen in Zijn boek, zullen van die partij zijn geweest…
En het is niet opgehouden…
Als God God is, dan mag hij wel de diepste essentie behelzen…,
van wat wij mensen kunnen zijn, en betekenen.
Zo is Hij de bestaansvoorwaarde voor alles wat is.
Zo is Hij ook de quintessense van het humanum.
Maar deze menselijkheid is nergens elders nog te vinden in dit hele heelal…!
Hallo!
Bent u daar nog?
Jazeker, op uw dag en uur, zult u namelijk de enige zijn, die aanspreekbaar zou kunnen zijn…
Godsdienst doet zich dikwijls voor als een inpakafdeling.
Mooie lintjes er om en een al te fraai papiertje…!
Liever maar zonder verpakking dan!
Zonder die verpakking kan God zich ook, direct als de bliksem, wel kenbaar maken.
Karl Barth bracht het zo al onder woorden, als:
“senkrecht von oben”.
Maar als het hier dan gaat om de diepste essentie en de quintessense van het humanum, zal onze humane oorsprong, mogelijk dienen te liggen verankerd, in de idee van Geest.
Zo zal Geest zelfs het zintuig kunnen zijn, waarin God zich laat kennen, maar van waaruit wij dan ook onzerzijds, aan Hem kennis kunnen hebben.
Ooit.
Laten we het maar duidelijk stellen:
Geest hebben wij inmiddels al danig laten atrofiëren…
Aan herstel van deze verslonzing, zou wel eens een God te pas dienen te komen…
God is zo werelds als wat!
Laat iedere wereldburger maar vergeten, dat de zogeheten gelovigen ooit enig recht hebben gehad, Hem voor zich op te eisen, of voor hun karretje te spannen.
Sommigen van hen voelen zich zelfs geroepen, voor lange arm van God, te mogen spelen…
Geen sprake van!
Dat prutgeloof zal zich faliekant nog tegen hen keren!
Als spiegelbeeldig…!
Bent u een onverlaat?
Loopt u met bomgordels om?
Wilt u dan al die tachtig doden ook zelf nog eens komen sterven, als u op uw knopje drukt?
En komt u daar dan al die tachtig levens nog eens doodgemoedereerd voor terug?
Zo bent u dan tachtig maal nog eens uw eigen slachtoffer!
Hou op! Er komt zo geen eind aan uw eigen vermenigvuldigde ellende…!
Iedere rotzak krijgt zichzelf voor zijn kiezen!
Tarara boem!
Klingelingeling…!
Wij zijn hier zelf de sukkels…
Zie het maar zo:
Religie is, niet meer dan surrogaat, onder veel te grote Naam…
Sub rogaat…
De Baas heeft zijn gelovigen nooit de wereld in gestuurd, om u met hun vrome woorden te bekeren, of u zelfs te doden, maar om u daadwerkelijk te dienen en u te dragen.
Ik sla inmiddels achterover van het erbarmelijke resultaat…
Bovendien, sinds wanneer zijn die zogeheten gelovigen dan zelf al ooit bekeerd geweest…?
Wat moet God met Zijn supporters, als zij een aankleedpop van Hem maken, waar zij al hun tekortschietende voorstellingen, als projecties, aan ophangen?
Van godsdienst zal Hij ooit nog
Gods Dienst
weten te maken, als:
Mensen Dienst?
Niemand hoeft dan meer te pochen, dat zijn geloof zoveel beter is.
Nee, eindelijk ook dienend, zullen wij dan in ieder ander, onze meerdere nog mogen zien…
Ten aanzien van de boodschap:
“Het Watermantijdperk heeft een aanvang genomen”,
meen ik, dat dit aan iedereen bekend mag worden gemaakt.
Maar vervolgens, zal men het dan ook meteen wel weer kunnen vergeten.
Want je zult, wanneer deze voorzegging aan je gaat worden voltrokken,
volkomen onwetend zijn, van wat je daar dan overkomt.
Onnozel als een baby, …
in aantocht…,
als foetus…
Dat betekent: Nieuw leven!
In menig opzicht overkomt u deze tweede geboorte, al net zoals u deel aan de eerste hebt mogen hebben…
Je zult zo zelf nog het wolkje zijn, “als eens Mans hand”…
Alweer uit Liefde geboren…!
Een Act of God…
Ga dan ook nog even met je vingers achter je oren langs, je weet dan namelijk precies hoe laat het is:
Waterman!
Maar haast u in geen geval.
Die geloven haasten niet.
Zij weten al veel langer dan vandaag, dat alles altijd, op de splitsecond, op zijn eigen tijd komt…
Die niet laat varen…
Arnhem, 18 juli, 2017.
2.2 wie ik ben…
2.3 gebedsgenezer…?
2.4 twee woorden –
twee hoofdletters
2.5 mijn horoscoop
2.7 doctor Anders…
2.8 beste mensen…
2.9 wie ik ook ben…
2.10 van kanker genezen…
2.11 wel ook een eed afgelegd…
2.12 tekenen Gods…
2.13 alias: Balthus van Wijnsburg…